Fokker D.23
Dit boek gaat over het wonderlijke verhaal van ontwerp 155, later de Fokker D 23 genoemd.
De vertoning van dit jachtvliegtuig op de Parijse tentoonstelling van 1938 trok veel belangstelling. Oogstte lof, maar ook veel commentaar. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had het toestel slechts 11 vluchten gemaakt, met een totaal van 3 uur en 38 minuten aan vliegtijd. Dit boek tracht de feiten op een rij te zetten en duidelijkheid te scheppen over een fascinerend maar experimenteel jachtvliegtuig.
Het is najaar 1937. Fokker is volop bezig met militaire projecten D.21, G.1, T.5, T.9, S.9 en T.8w. Voor nieuwe ontwikkelingen is eigenlijk onvoldoende capaciteit beschikbaar. Daar komt nog bij dat de wetenschappelijke afdeling druk bezig is met twee nieuwe ontwerpen: 150 en 151. Ontwerp 150 is een éénmotorige luchtverdedigingsjager met een lucht gekoelde stermotor en ontwerp 151 met een water gekoelde lijnmotor. Deze ontwerpen werden ook wel D.22 genoemd. Na diverse mogelijkheden te hebben onderzocht, blijkt dat een concept met twee in tandem geplaatste lijnmotoren vele voordelen biedt: een aërodynamisch schone vleugel, het geringer frontale oppervlak van de rompdoorsnede, de mogelijkheid om bij uitval van een motor veilig thuis te komen en het verlengen van de vluchtduur door op één motor te kruisen. De haalbaarheid van dit concept moest nog worden aangetoond. Het eerste ontwerp met voor Fokker nieuwe ideeën kreeg het nummer 155 toegewezen: een zeer fraai ogend tweemotorige jachtvliegtuig voor één persoon. Door een krachtige impuls van Anthony Fokker zelf, werd besloten een mock-up te bouwen voor de Parijse Luchtvaarttentoonstelling van 1938.



